bevinden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·vin·den
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bevinden |
bevond |
bevonden |
| klasse 3 | volledig | |
Werkwoord
bevinden
- (overgankelijk) na waarneming tot de slotsom komen
- Dit certifikaat moet bevestigen dat de dieren bij het laden, onderzocht werden en gezond bevonden werden.[1]
- (wederkerend) zich ~: op een bepaalde plaats zijn, aanwezig zijn, zich ophouden
- Zij allen sliepen samen in één kamer, waarin hun bedden zich zij aan zij bevonden.[2]
- (wederkerend) zich ~: in de genoemde toestand zijn b.v. zich voelen
- Zich niet wel bevinden
Vertalingen
1. na waarneming tot de slotsom komen
2. op een bepaalde plaats zijn
3. in de genoemde toestand zijn