viel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA: /viɫ/
Woordafbreking
- viel
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| vallen |
viel
- enkelvoud verleden tijd van vallen
- Ik viel.
- Jij viel.
- Hij, zij, het viel.
- Ik viel.