verzekeren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- ver·ze·ke·ren
Werkwoord
verzekeren
- verklaren dat iets toekomstigs met zekerheid te verwachten is.
- Hij verzekerde dat er geen ontslagen zouden vallen.
- tegen betaling van een premie een contract afsluiten waarbij bepaald wordt dat bij eventuele schade gedekt zal worden.
- Zij hadden gelukkig hun reis verzekerd zodat zij bij dat ongeluk hulp konden inroepen
Vertalingen
1.