vervormen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·vor·men
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| vervormen |
vervormde |
vervormd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
vervormen
- (overgankelijk) de vorm van iets doen veranderen, meestal ten nadele ervan
- De slecht microfoon vervormde het geluid danig.
- (ergatief) het proces van vormverandering, gewoonlijk in negatieve zin
- Het geluid vervormde danig door de slechte kwaliteit van de microfoon.