vervelen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·ve·len
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| vervelen |
verveelde |
verveeld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
vervelen
- (overgankelijk) saai zijn, en gevoelens van onlust bij iemand oproepen
- (inergatief) klieren
- (wederkerend) zich ~: niet weten wat te doen
Uitdrukkingen en gezegden
- (in België) verveeld zitten met iets
Vertalingen
3. zich ~: niet weten wat te doen
verveeld zitten met iets
|