vervelen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·ve·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| vervelen |
verveelde |
verveeld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
vervelen
- (overgankelijk) saai zijn, en gevoelens van onlust bij iemand oproepen.
- (inergatief) klieren.
- (wederkerend) zich ~: niet weten wat te doen.