verschepen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·sche·pen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| verschepen |
verscheepte |
verscheept |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
verschepen
- (overgankelijk) per schip wegzenden
- Het aantal Nederlandse munten dat naar Curaçao werd verscheept bleef onvoldoende.