verlokken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·lok·ken
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| verlokken |
verlokte |
verlokt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
verlokken
- tot kwaad brengen
- Hij verlokte de kinderen met zijn verhaaltjes.