bekoren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·ko·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bekoren |
bekoorde |
bekoord |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
bekoren
- (overgankelijk) aantrekkingskracht uitoefenen
- De gele auto kon hem niet bekoren.