verhuren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·hu·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| verhuren |
verhuurde |
verhuurd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
verhuren
- (overgankelijk) tegen betaling tijdelijk gebruik van iets toestaan
- Dit huis wordt verhuurd.