verhuren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·hu·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van huren met het voorvoegsel ver-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verhuren
verhuurde
verhuurd
zwak -d volledig

Werkwoord

verhuren

  1. (overgankelijk) tegen betaling tijdelijk gebruik van iets toestaan
    Dit huis wordt verhuurd.