vergelijken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ge·lij·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vergelijken
vergeleek
vergeleken
klasse 1 volledig

Werkwoord

vergelijken

  1. (overgankelijk) de overeenkomsten en verschillen van twee zaken in beschouwing nemen
    Die twee zaken zijn niet te vergelijken.
Vertalingen