vergaderen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ga·de·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vergaderen
vergaderde
vergaderd
zwak -d volledig

Werkwoord

vergaderen

  1. (inergatief) in vergadering bijeenkomen, een vergadering bijwonen
    We moeten nog een tijdstip afspreken om volgende week te vergaderen.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen