vergaderen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA:
- (Noord-Nederland): /vər.ˈχa.də.rə(n)/
- (Vlaanderen, Brabant): /vər.ˈɣa.də.rə(n)/
- (Limburg): /vɛr.ˈɣa.də.rə(n)/
Woordafbreking
- ver·ga·de·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| vergaderen |
vergaderde |
vergaderd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
vergaderen
- (inergatief) in vergadering bijeenkomen, een vergadering bijwonen
- We moeten nog een tijdstip afspreken om volgende week te vergaderen.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. in vergadering bijeenkomen, een vergadering bijwonen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.