verachten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA:
- (Noord-Nederland): /vərˈɑxtə(n)/
- (Vlaanderen, Brabant): /vərˈɑçtə(n)/
Woordafbreking
- ver·ach·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| verachten |
verachtte |
veracht |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
verachten
- (overgankelijk) in hoge mate minachten
- Ik veracht hem door hetgeen dat hij me in het verleden heeft aangedaan.
- (overgankelijk) trotseren
- In de oorlog verachtte hij de dood.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. in hoge mate minachten
2. trotseren
Duits
Werkwoord
verachten