verachten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ach·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verachten
verachtte
veracht
zwak -t volledig

Werkwoord

verachten

  1. (overgankelijk) in hoge mate minachten
    Ik veracht hem door hetgeen dat hij me in het verleden heeft aangedaan.
  2. (overgankelijk) trotseren
    In de oorlog verachtte hij de dood.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen


Duits

Werkwoord

verachten

  1. (overgankelijk) verachten