ventileren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ven·ti·le·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| ventileren |
ventileerde |
geventileerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
ventileren
- (overgankelijk) verse lucht in een ruimte brengen
- De ramen stonden open om de kamer te ventileren.