ventileren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ven·ti·le·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ventileren
ventileerde
geventileerd
zwak -d volledig

Werkwoord

ventileren

  1. (overgankelijk) verse lucht in een ruimte brengen
    De ramen stonden open om de kamer te ventileren.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen