luchten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • luch·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
luchten
luchtte
gelucht
zwak -t volledig

Werkwoord

luchten

  1. aan de frisse lucht blootstellen
    De gevangenen werden één uur gelucht.
  2. gevoelens uiten
    Ze moest op een gegeven moment haar hart luchten.
Uitdrukkingen en gezegden

Iemand niet kunnen luchten of zien.

  • Iemand niet uit kunnen staan.