winnen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: winnen (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈʋɪnə(n)/
- (Vlaanderen, Brabant): /ˈβ̞ɪnə(n)/
- (Limburg): /ˈwɪnə(n)/
Woordafbreking
- win·nen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| winnen |
won |
gewonnen |
| klasse 3 | volledig | |
Werkwoord
winnen
- (overgankelijk) als beste partij uit een wedstrijd komen
- Hij won het schoolkampioenschap hardlopen.
- (overgankelijk) iets verkrijgen voor een goede prestatie bij een wedstrijd
- Hij won de bronzen medaille bij de Olympische Spelen.
- (overgankelijk) een grondstof uit de natuur halen
- Dat bedrijf gaat proberen goud te winnen in de Andes.
- (overgankelijk) iemand ~ voor: iemand bereid vinden zich ergens voor in te zetten
- Deze politicus bleek niet te winnen voor het plan.
Antoniemen
- [1]: verliezen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. als beste partij uit een wedstrijd komen
2. iets verkrijgen voor een goede prestatie bij een wedstrijd
- Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.
in te delen vertalingen