terrorist
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ter·ro·rist
Woordherkomst en -opbouw
- afgeleid van (het oorspronkelijk Franse) terreur of het Latijnse terror met het achtervoegsel -ist [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | terrorist | terroristen |
| verkleinwoord | terroristje | terroristjes |
Zelfstandig naamwoord
terrorist m
- iemand die terroristische aanslagen beraamt, pleegt of wil plegen met een godsdienstig of politiek doel
Verwante begrippen
Hyponiemen
- atoomterrorist, ex-terrorist, lawaaiterrorist, moslimterrorist, narcoterrorist, rolstoelterrorist, zelfmoordterrorist
Afgeleide begrippen
- terroristenafdeling, terroristenbende, terroristengroep, terroristenjacht, terroristenleider, terroristennetwerk, terroristenorganisatie, terroristisch
Vertalingen
1. iemand die terroristische aanslagen beraamt, pleegt of wil plegen met een godsdienstig of politiek doel
|
|
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.