oplichter

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·lich·ter
enkelvoud meervoud
naamwoord oplichter oplichters
verkleinwoord oplichtertje oplichtertjes

Zelfstandig naamwoord

oplichter m

  1. een mannelijk persoon die oplicht
    Peter R. de Vries wist de oplichter op te pakken en te arresteren.
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen