tegendeel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- te·gen·deel
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | tegendeel | tegendelen |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
tegendeel o
- het tegenovergestelde
- Ik hoop dat we gaan winnen en zolang het tegendeel niet blijkt, ga ik daar ook van uit.