suppe

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Suppe.
Soep.

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • sup·pe
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Nederduits
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   suppe     suppen     supper     supperne  
genitief   suppes     suppens     suppers     suppernes  

Zelfstandig naamwoord

suppe, g

  1. (voeding) soep
  2. een troebele of onzuivere vloeistof, slootwater
Afgeleide begrippen


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • sup·pe
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Nederduits
Naar frequentie 4225
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   suppe     m: suppen
v: suppa  
  supper     suppene  
genitief   suppes     m: suppens
v: suppas  
  suppers     suppenes  

Zelfstandig naamwoord

suppe m / v

  1. (voeding) soep
    «Ferskt kjøtt og suppe er en søndagsklassiker.»
    Vers vlees en verse soep zijn een zondagsklassieker.
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • sup·pe
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Nederduits
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   suppe     suppa     supper     suppene  

Zelfstandig naamwoord

suppe v

  1. (voeding) soep
Afgeleide begrippen