soep
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- soep
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | soep | soepen |
| verkleinwoord | soepje | soepjes |
Zelfstandig naamwoord
- (voeding) een vloeibaar gerecht dat bereid wordt door bepaalde ingrediënten, met name groenten en/of vlees, met bouillon en veel water te koken
- Na gisteren lasagne te hebben gegeten, eten ze vandaag soep.
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
- soepballetje, soepbeen, soepbord, soeperig, soepgroente, soepjurk, soepketel, soepkip, soepkokerij, soepkom, soepkop, soeplepel, soepopscheplepel, soeppan, soepschildpad, soepstengel, soeptablet, soepterrine, soepvlees,
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
|
De soep is niet zo heet (als hij wordt opgediend)
In de soep lopen
Ergens geen soep van kunnen maken
|
Vertalingen
1. een vloeibaar gerecht