strijken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- strij·ken
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| strijken |
streek |
gestreken |
| klasse 1 | volledig | |
Werkwoord
strijken
- over een oppervlak laten glijden
- Hij streek zijn huilende zoontje over zijn bolletje.
- wasgoed desinfecteren en gladmaken met hulp van een heet ijzer
- Ik heb dat overhemd nog niet gestreken.
- iets laten zakken
- De zeilen strijken.
Vertalingen
2. wasgoed desinfecteren en gladmaken met hulp van een heet ijzer