bestrijken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·strij·ken
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bestrijken |
bestreek |
bestreken |
| klasse 1 | volledig | |
Werkwoord
bestrijken
- (overgankelijk) ~ met in een strijkende beweging ergens iets op aanbrengen
- De muur werd met kalk bestreken.
- (overgankelijk) een bepaald gebied betreffen
- Het broedgebied van deze vogelsoort bestrijkt vrijwel geheel Noord-Europa.