stichter

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stich·ter
enkelvoud meervoud
naamwoord stichter stichters
verkleinwoord (stichtertje) (stichtertjes)

Zelfstandig naamwoord

stichter m

  1. degene die iets grondvest
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen