stampen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- stam·pen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| stampen |
stampte |
gestampt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
stampen
- (inergatief) met kracht de voet op de grond doen belanden
- Hij stampte van woede.
- (overgankelijk) iets fijn maken door er een zwaar voorwerp op te laten belanden
- Zal ik die muisjes stampen?
- (inergatief) (scheepvaart) van een schip een knikkende beweging maken in de lengterichting van het schip
- De storm deed het schip stampen en slingeren.