tango
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- tan·go
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | tango | tango's |
| verkleinwoord | tangootje | tangootjes |
Zelfstandig naamwoord
tango
- Argentijnse dans
- (muziek) Argentijnse dansmuziek in tweekwartsmaat
- (spellingsalfabet) spelwoord van het ITU/NAVO-spellingalfabet voor de letter t
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
3. spelwoord voor de letter t
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Spaans
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| tangar |
tango
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van tangar.