tango

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tan·go
enkelvoud meervoud
naamwoord tango tango's
verkleinwoord tangootje tangootjes

Zelfstandig naamwoord

tango m

  1. Argentijnse dans
  2. (muziek) Argentijnse dansmuziek in tweekwartsmaat
  3. (spellingsalfabet) spelwoord van het ITU/NAVO-spellingalfabet voor de letter t
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
tangar

tango

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van tangar