stalen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- sta·len
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | (alleen attributief) |
| verbogen | stalen |
Bijvoeglijk naamwoord
stalen
- van staal vervaardigd
- Er moest een stalen plaat op gelast worden.
Zelfstandig naamwoord
stalen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord staal
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| stelen |
stalen
- meervoud verleden tijd van stelen
- Wij stalen.
- Jullie stalen.
- Zij stalen.
- Wij stalen.