stalen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sta·len
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van staal met het achtervoegsel -en
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen stalen

Bijvoeglijk naamwoord

stalen

  1. van staal vervaardigd
    Er moest een stalen plaat op gelast worden.

Zelfstandig naamwoord

stalen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord staal

Werkwoord

vervoeging van
stelen

stalen

  1. meervoud verleden tijd van stelen
    Wij stalen.
    Jullie stalen.
    Zij stalen.