spoken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- spo·ken
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| spoken |
spookte |
gespookt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
spoken
- (onovergankelijk) rondwaren, dolen als een spook
- (onovergankelijk) onophoudelijk opdoemen
- door spoken bezocht worden
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
Zelfstandig naamwoord
spoken mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord spook