spook

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spook
enkelvoud meervoud
naamwoord spook spoken
verkleinwoord spookje spookjes

Zelfstandig naamwoord

spook o

  1. een geestverschijning die een bepaald gebouw of bepaalde locatie onveilig maakt.
    In dit kasteel is regelmatig een spook waar te nemen.
  2. overdrachtelijk: een vervelend persoon
    Wat een verwend spook is dat!
Vertalingen
Persoonlijke instellingen