speen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • speen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord speen spenen
verkleinwoord speentje speentjes

Zelfstandig naamwoord

speen v / m [2]

  1. rubber of plastic afsluiting op een zuigfles, voorzien van een gaatje waardoor het kind de vloeistof kan opzuigen
  2. (anatomie) tepel van een zoogdier
  3. (medisch) aambei
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
spenen

speen

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spenen
    Ik speen.
  2. gebiedende wijs van spenen
    Speen!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spenen
    Speen je?


Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal