shirt
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- shirt
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig van het Engelse shirt.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | shirt | shirts |
| verkleinwoord | shirtje | shirtjes |
Zelfstandig naamwoord
shirt o
- een hemdachtig kledingstuk dat het bovelijf bedekt
- Hij stond daar in z'n shirtje in de kou.
Vertalingen
1. een hemdachtig kledingstuk dat het bovelijf bedekt
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.