scramble

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

vervoeging
onbepaalde wijs to scramble
he/she/it scrambles
verleden tijd scrambled
voltooid
deelwoord
scrambled
onvoltooid
deelwoord
scrambling
gebiedende wijs scramble

Werkwoord

scramble

  1. klutsen, vermengen
    «He scrambled three eggs and made an omelet.»
    Hij klutste drie eieren en bakte een omelet.
  2. (luchtmacht) het massaal inderhaast opstijgen van alle beschikbare jachtvliegtuigen.
  3. zich in de massa storten om iets te bemachtigen
    «They all scrambled for the few jobs to be had.»
    Ze trachtten allemaal één van de weinige beschikbare banen te bemachtigen.