klutsen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klut·sen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
klutsen
klutste
geklutst
zwak -t volledig

Werkwoord

klutsen

  1. (overgankelijk) door elkaar slaand mengen
    Mijn vader klutste vaak een eitje.