schrokken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schrok·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
schrokken
schrokte
geschrokt
zwak -t volledig

Werkwoord

schrokken

  1. (overgankelijk) zo snel mogelijk eten
    Hij schrokte de pannenkoek naar binnen om de wedstrijd niet te missen.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
schrikken

schrokken

  1. meervoud verleden tijd van schrikken
    Wij schrokken.
    Jullie schrokken.
    Zij schrokken.
Verwante begrippen

Zelfstandig naamwoord

schrokken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord schrok