schrikken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schrik·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
schrikken
/'sxrɪkə(n)/
schrok
/'sxrɔk/
geschrokken
/ɣə'sxrɔkə(n)/
klasse 3 volledig 1

Werkwoord

schrikken

  1. (ergatief) een schokkende verrassing ondergaan, schrik krijgen
    Toen de doodgewaande man plotseling binnenkwam schrok iedereen in eerste instantie.
  2. (overgankelijk) schrik geven, alarmeren
    Ik werd uit mijn slaap geschrikt toen er een auto tegen mijn vuilnisbak aanreed.
  3. (scheepvaart) een beweging in de lengterichting ondergaan
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
schrikken
/'sxrɪkə(n)/
schrikte
/'sxrɪktə/
geschrikt
/ɣə'sxrɪkt/
zwak -t volledig 2
Verwante begrippen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen