roddel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rod·del
enkelvoud meervoud
naamwoord roddel roddels
verkleinwoord roddeltje roddeltjes

Zelfstandig naamwoord

roddel m

  1. kwaadsprekerij, achterklap
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
roddelen

roddel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van roddelen
    Ik roddel.
  2. gebiedende wijs van roddelen
    Roddel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van roddelen
    Roddel je?

Meer informatie