roddelen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- rod·de·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| roddelen |
roddelde |
geroddeld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
roddelen
- op een vervelende manier over anderen praten