ritueel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ri·tu·eel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ritueel | rituelen |
| verkleinwoord | ritueeltje | ritueeltjes |
Zelfstandig naamwoord
ritueel o
- een geheel van vooraf vaststaande en gebruikelijke handelingen
- Een ritueel bindt mensen tezamen.
Afgeleide begrippen
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | ritueel | ritueler | ritueelst |
| verbogen | rituele | rituelere | ritueelste |
Bijvoeglijk naamwoord
ritueel
- een onderdeel van een ritueel vormend
- De priester verrichte de rituele handelingen.