riek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • riek
enkelvoud meervoud
naamwoord riek rieken
verkleinwoord riekje riekjes

Zelfstandig naamwoord

riek m

  1. (gereedschap) een handwerktuig voor het verplaatsen van bladeren, gras of gewied materiaal in de vorm van een grote vork met smalle tanden
    Geef de riek eens aan.
Anagrammen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
rieken

riek

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rieken
    Ik riek.
  2. gebiedende wijs van rieken
    Riek!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rieken
    Riek je?

Meer informatie