reünie
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- reü·nie, re·unie
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | reünie | reünies |
| verkleinwoord | reünietje | reünietjes |
Zelfstandig naamwoord
reünie v
- een gelegenheid waarbij een groep mensen na lange tijd opnieuw bijeenkomt
- De schoolklas hier na 40 jaar een reünie.