produceren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pro·du·ce·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
produceren
produceerde
geproduceerd
zwak -d volledig

Werkwoord

produceren

  1. (overgankelijk) bij voortduring vervaardigen
    Dit hormoon wordt in de bijnieren geproduceerd.
Vertalingen