primair
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pri·mair
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | primair |
| verbogen | primaire |
Bijvoeglijk naamwoord
primair
- als eerste, de eerste plaats hebbende
- grondbeginselen betreffend
- de belangrijkste betreffend
- van oorsprong, oorspronkelijk