primair

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pri·mair
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord primair -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

Niet in de woordenlijst van de Taalunie (als zelfstandig naamwoord)
primair o

  1. (geologie) (verouderd) paleozoïcum
stellend
onverbogen primair
verbogen primaire

Bijvoeglijk naamwoord

primair

  1. als eerste, de eerste plaats hebbende
  2. grondbeginselen betreffend
  3. de belangrijkste betreffend
  4. van oorsprong, oorspronkelijk
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl