praline
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pra·li·ne
Woordherkomst en -opbouw
- Genoemd naar de kok van de Fransman Duplessis Praslin die de praline rond 1630 voor het eerst bereidde.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | praline | pralines |
| verkleinwoord | pralinetje | pralinetjes |
Zelfstandig naamwoord
praline v
- een met suiker bedekte en gebrande amandel
- een bonbon die bestaat uit een chocolade omhulsel, amandelcrème en suikerbrij, soms met een likeurtje erin
- bonbon in het algemeen