plas

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plas
enkelvoud meervoud
naamwoord plas plassen
verkleinwoord plasje plasjes

Zelfstandig naamwoord

plas m

  1. een verzameling van vocht
    De wond veroorzaakte een plas van bloed.
  2. een door veenafgraving ontstaan meer
  3. een enkele afscheiding van urine
    De dokter vroeg of ik mijn plas kon meenemen.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
plassen

plas

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van plassen
    Ik plas.
  2. gebiedende wijs van plassen
    Plas!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van plassen
    Plas je?