plaatselijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- plaat·se·lijk
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | plaatselijk |
| verbogen | plaatselijke |
Bijvoeglijk naamwoord
plaatselijk
- betrekking hebbend op een bepaalde plaats
- Het is een plaatselijke regenbui.