periodiek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pe·ri·o·diek
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen periodiek periodieker meest periodiek
verbogen periodieke periodiekere meest periodieke

Bijvoeglijk naamwoord

periodiek

  1. periodisch, regelmatig terugkerend


enkelvoud meervoud
naamwoord periodiek periodieken
verkleinwoord periodiekje periodiekjes

Zelfstandig naamwoord

periodiek v

  1. een regelmatig verschijnend tijdschrift
    Bij de kiosk verkoopt men allerlei periodieken.
Hyponiemen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen