participant
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- par·ti·ci·pant
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van participeren met het achtervoegsel -ant
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | participant | participanten |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
participant m
- iemand die participeert, een deelhebber of deelnemer
Frans
Werkwoord
participant
- tegenwoordig deelwoord (participe présent) van participer