participeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • par·ti·ci·pe·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
participeren
/ˌpɑrtisiˈpeːrə(n)/
participeerde
/ˌpɑrtisiˈpeːrdə/
geparticipeerd
/ɣəˌpɑrtisiˈpeːrt/
zwak -d volledig

Werkwoord

participeren

  1. ergens aan deelnemen
    Hij participeert in die demonstratie tegen kernwapens.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen