pacht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pacht
enkelvoud meervoud
naamwoord pacht -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

pacht v/m

  1. geld betaald voor het vruchtgebruik van grond waar men niet de eigenaar van is
    Ze konden de pacht niet betalen.

Werkwoord

vervoeging van
pachten

pacht

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van pachten
  2. gebiedende wijs van pachten
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen