pacht
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pacht
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | pacht | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
- geld betaald voor het vruchtgebruik van grond waar men niet de eigenaar van is
- Ze konden de pacht niet betalen.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| pachten |
pacht