overstromen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·stro·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overstromen
stroomde over
overgestroomd
zwak -d volledig

Werkwoord

óverstromen

  1. het tot over de rand gevuld raken van een vat.
    Ik draaide net op tijd de kraan dicht anders was het bad overgestroomd.
Vertalingen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overstromen
overstroomde
overstroomd
zwak -d volledig

Werkwoord

overstrómen

  1. het onder water komen staan van een laaggelegen gebied.
    De rivier wies zodat de uiterwaarden overstroomden.
Vertalingen