opleveren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·le·ve·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opleveren
leverde op
opgeleverd
zwak -d volledig

Werkwoord

opleveren

  1. iemand iets ~ uiteindelijk als resultaat geven
    Hij reed weer eens veel te hard en dat leverde hem een fikse boete op.
  2. (overgankelijk) een zojuist klaargekomen bouwwerk voor inspectie en overdracht aanbieden
    Wanneer wordt dat huis nu eens opgeleverd?
Opmerkingen
  • Hoewel het werkwoord in zin [1] de kenmerken van een ditransitief werkwoord heeft, omdat het zowel een meewerkend als een lijdend voorwerp kan hebben, zijn lijdende en meewerkende vormen met worden en krijgen ongebruikelijk.
Vertalingen